Vrij verantwoordelijk

Deze column verscheen eerder in mei 2010 op Nieuw W!J.

Ik had op school al de irritante eigenschap om veel te lange opstellen te schrijven. Ik vond schrijven zo leuk, dat ik mijzelf er helemaal in verloor. Dit tot wanhoop van de docent die mijn verhalen moest nakijken. Toen ik op mijn zestiende de opdracht kreeg om een opstel te schrijven over hoe mijn ideale samenleving er uit zou zien, grijnsde ik van oor tot oor. Mijn lerares waarschuwde echter. "Maak er geen boekwerk van, Esther!"

Deze waarschuwing bleek natuurlijk zinloos. Een week later kwam ik, enigszins beschaamd, met twintig handgeschreven bladzijden aan. Ondanks mijn overtreding van haar regel kreeg ik een onvermijdelijke tien.

Over de ideale samenleving nadenken doe ik nog steeds graag. Vrijheid is daarin een essentieel beginsel. In de ideale samenleving van de dromerige tiener leefden alle volkeren en religies nog lang en gelukkig samen. Ik zal niet ontkennen dat ik nu als dertiger nog steeds dezelfde hoop koester.

De uitspraak "Een samenleving wordt als het om beschaving gaat beoordeeld op de manier waarop zij haar zwakkeren behandelt" kent vele varianten. De essentie blijft natuurlijk staan als een huis. Vrijheid is er niet alleen voor de sterken maar ook voor de zwakkeren. Vrijheid is er niet alleen om je gelijk te halen maar ook om ruimte te laten voor het gelijk van de ander - hoe oneens je het er ook mee bent. En, nog belangrijker: vrijheid schept bepaalde verantwoordelijkheden.

Als jood ken ik dat maar al te goed; het is een terugkerend thema in onze traditie. We waren ooit slaven in Egypte. Toen wij bevrijd werden uit Mitzrajiem (het Bijbelse Egypte), moesten wij kort daarna de verantwoordelijkheid van de Torá aanvaarden. In mijn gedachtewereld zijn vrijheid en verantwoordelijkheid niet van elkaar te scheiden. Het één is het begin van de ander.

Dit principe is vooral relevant in het domein van het publieke debat. Voorvechters van het vrije woord beroepen zich op vrijheid van meningsuiting. En terecht. Maar de andere kant van de vrijheidsmedaille is dat we ook verantwoordelijk met onze mening moeten omgaan. Zelfcensuur is voor dictaturen, maar zelfrespect is een kenmerking van beschaving. Niet elk debat hoeft te degraderen in een scheldkanonnade. En niet elke vorm van gezond cultuurrelativisme hoeft te ontaarden in het kwetsen van hele volkstammen. Zelfrespect dient uit te vloeien in respect voor de ander.

Tegelijkertijd is het een goede zaak als zelfrespect ook zelfkritiek aanmoedigt. Niet elk discussiepunt is een steek in de rug. Kritisch nadenken over de eigen traditie en de bereidheid om daar een pittig gesprek over te voeren voorkomt dat men verzandt in wat post-Pim Fortuyn cultuurcritici ‘politiek correct geneuzel’ zouden noemen.

Verantwoordelijk met de eigen mening en met de gevoelens van een ander omgaan is één van de meest onuitgesproken maar daarmee ook een van de grootste vrijheidsbeginselen.
En als we dat kunnen, misschien komt het dan ooit toch nog goed. Dan kunnen we misschien alsnog na de essentiële dialoog broederlijk met elkaar zitten aan een goed kop thee.

Zo, en dat in rond de vijfhonderd woorden. Geen twintig pagina’s meer dus.

Comments

Popular posts from this blog

Louisville/Pittsburgh Vigil: From Where Does Our Help Come?

All is One: the Jewish Path to Embodied Sanctity

What A Difference A Letter Makes