Interview Trouw

Dit interview verscheen eerder in Trouw in de zomer van 2009.

Ieder jaar beleef ik Jom Kippoer of Grote Verzoendag als de heiligste dag van het jaar.

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Esther Hugenholtz.

Wat hebt u meegemaakt?

„Ieder jaar beleef ik Jom Kippoer of Grote Verzoendag als de heiligste dag van het jaar. Het begint al tien dagen ervoor, met joods Nieuwjaar. Dan is het tijd schoon schip te maken en de mensen met wie je wat goed te maken heb te benaderen en ze om vergiffenis te vragen. Soms deed ik dat met lood in de schoenen en dat kan soms misgaan: op een keer accepteerde een niet-joodse vriend mijn vraag om vergiffenis niet, hij noemde me hypocriet.

Op de tiende avond breekt Grote Verzoendag aan. In het wit ga ik dan naar de synagoge om 25 uur te vasten en te bidden, te bidden en te bidden. Nu is het tijd om aan God vergiffenis te vragen. Eerst ontdoe ik me zoals dat hoort van alle gebroken beloften van het jaar ervoor: ’Oké God, het is niet gelukt minder te roddelen en geduldiger te zijn. Vergeef me dat’.

Een uur of twee later weer naar huis en ’s ochtends opnieuw naar de synagoge voor de speciale gebeden waarin collectief vergeving wordt gevraagd voor diefstal, voor overspel, voor wat al niet. Deze dag maak ik net als iedereen de diepste buiging die in het jodendom gangbaar is: ik buig dan zo diep dat mijn hoofd de grond raakt. Er wordt soms heel wat afgehuild en het kan gebeuren dat ook ik het niet helemaal droog houd.

Vasten is een krachtige manier om berouw te tonen. Door afstand te nemen van natuurlijke lichamelijke behoeften zoals water en voedsel breng ik een offer aan de Eeuwige. Aan het eind ben ik steevast lichamelijk en emotioneel uitgeput. En tegelijkertijd voelt het als een nieuwe start.”

Had u nooit de neiging uw God ook te vragen zijn excuses te maken voor alle narigheid die mensen overkomt – of is uw God daar niet verantwoordelijk voor?

„Ik kom uit een domineesgeslacht maar ben atheïstisch, humanistisch opgevoed. Zelf had ik altijd wel een religieus gevoel, maar toen ik op mijn negende mijn vader na een ziekbed verloor en toen op mijn vijftiende mijn broer stierf door een verkeersongeluk, had ik het helemaal met God gehad. Ik vroeg een predikant naar het waarom. Hij zei: Tja kindje, ik weet het ook niet. Misschien was het Gods wil’. Daar kon ik niks mee, ik was heel boos. De zeven jaar die volgden was ik een atheïst.

Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Bij nader inzien vond ik ontkennen dat God bestaat een uitvlucht. Wie God ontkent, houdt hem niet verantwoordelijk. Ik had me toch altijd speciaal aangetrokken gevoeld tot het jodendom. De joodse religie staat bol van de mensen die tegen God in protest gingen. Er is ruimte voor verbijstering en woede. Ik geloof dat God ruimhartig genoeg is om het te begrijpen als mensen zeggen ’God, flikker op. Ik protesteer’.

Ik benadruk het verbond, dus ik kan zeggen: ’Hallo, mijn hoela, dit is onredelijk’. Wij kunnen met onze beperkte geest natuurlijk niet zien wat redelijk is en wat niet, maar we hebben het morele recht erover te oordelen. Auschwitz was meer dan onredelijk en dan druk ik me nog zacht uit. En we hebben allemaal onze tzores, moeilijkheden, gehad.

Ik vind het fijn om tegen God te zeggen: ’Hier ben ik het niet mee eens’. Gerechtvaardigde woede is prima, maar ik wil ook weer niet als een existentiële peuter door het leven heen stampen. Ik heb wel recht op mijn emoties, maar een volwassen relatie met God houdt meer in.”

Wat?

„Ik kan God zien als een vertrouweling bij wie ik alles kwijt kan. Ik ervaar dat ik een relatie heb met een persoonlijke God. En in een gezonde relatie kun je behalve boos zijn op je geliefde ook liefde geven.

In het jodendom zijn je spirituele ervaringen ingekaderd in voorgeschreven ritueel. Er zijn allerhande regels over wat wanneer niet te doen, wat wel, en hoe. Er zijn wetten voor alles: wat en hoe te eten, omgang met andere mensen, seks, noem maar op. Zo herinnert mijn koosjere huishouden me eraan dat voedsel heilig is. Ik eet voornamelijk vegetarisch en geef zo uitdrukking aan ons eeuwig verbond. En voordat ik een hap of slok neem vraag ik de zegen – heel discreet, zonder dat niemand er wat van merkt.

Al deze gebruiken mogen best vaak alleen maar routine zijn. Ik doe ze niet om de spirituele kick, maar als uiting van mijn liefde voor God. Zo heilig ik het alledaagse leven en ben ik me bewust van Gods overvloeiende liefde die zich overal in uit. Dat geeft het leven een zekere goddelijke glans.

Soms kan er plotseling iets bijzonders gebeuren. Zoals toen ik een keer uit een glas water dronk en ondertussen getroffen werd door het besef dat dit water een weg achter de rug heeft van dertien miljard jaar voordat het in mijn keel belandde. God is een ongrijpbare minnaar.”

Esther Hugenholtz (31) studeerde antropologie en volgt nu een vijfjarige opleiding tot rabbijn in Los Angeles.

Comments

Popular posts from this blog

Seeking Out The Grays

Broken Tablets - The Torah of Trauma

The Aftermath (Sermon for the Poway Chabad Synagogue)