Vertrouw op de Eeuwige

Dit artikel verscheen eerder in 2010 in 'Kerk en Israël', het blad van de Protestantse Kerk Nederland.

'Betach b’Adonai va’aseh tov'—'vertrouw op de Eeuwige en doe het goede', Psalm 37:3.

In de Joodse traditie is spiritualiteit is onlosmakelijk verbonden met ethisch handelen, aldus Psalm 37:3. Sterker nog, de hierop volgende strofe verbindt consequenties aan het voorgaande. Want alleen als men het goede doet, zal men veilig ‘in het land’ leven (Ps. 37:4). ‘In het land’ betekent volgens klassieke Joodse commentatoren niet alleen het land Israël maar ook het ‘hier en nu’. Wij Joden streven er naar om onze spiritualiteit te ‘aarden’. Daarmee aanvaarden we tegelijkertijd morele verantwoordelijkheid voor onze omgeving.

Het is dan ook niet toevallig dat Psalm 37 een kleine maar cruciale rol speelt in onze Sjabbatliturgie, namelijk in het dankgebed na de maaltijd.

Elke vrijdagavond voltrekt er zich een vertrouwd ritueel ter heiliging van de Sjabbat. De tafel is gedekt met een wit tafellaken en met het mooiste serviesgoed. Veelal is er een zilveren kiddoesjbeker te vinden. Twee challes, gevlochten Sjabbatbroden, liggen eerbiedig toegedekt op tafel. Wanneer de vrouw des huizes de kaarsen heeft aangestoken maakt het gezinshoofd (dit kan de man of vrouw zijn) kiddoesj, de zegen over de beker met wijn. Hierna worden de handen ritueel gewassen ter voorbereiding voor het ‘moutsi maken’, het uitspreken van de zegen over de challes. Het versgebakken brood wordt teder opgepakt, gezegend en daarna verdeeld onder de genodigden.

De tastbare spiritualiteit van dit moment is vervlochten met vele eeuwenoude betekenissen. Eén van de oudste betekenissen is dat de geritualiseerde Sjabbattafel het altaar in de oude Tempel voorstelt. Net zoals de priester de plengoffers en de schouwbroden bracht, heiligen wij Joden na de vernietiging van de Tempel onze ‘mikdash me’at’ (kleine tempel) thuis. De tempelcultus werd in de rabbijnse traditie getransformeerd tot een democratische en toegankelijke daad van heiliging voor en door allen.

Vervolgens schuift het gezin (en mogelijke gasten—gastvrijheid op de Sjabbat is een groot goed) aan om te genieten van een heerlijke maaltijd. Na het eten volgt het Birkat haMazon, het dankgebed na de maaltijd. Het Birkat haMazon is een tamelijk lang gebed wat op vrolijke melodieën gezongen wordt. Ondanks de feestelijkheid van de Sjabbestafel, kent het gebed een aantal serieuze thema’s die zich steeds naar een hogere mate van universaliteit bewegen. Wij danken God voor ons voedsel, voor het heilige land en uiteindelijk voor Zijn goedheid voor al Zijn schepping.

Extra wrang is het dan ook dat als allerlaatste onderdeel Psalm 37:25 wordt gezongen: “na’ar ha’iti gam zakanti, v’lo ra’iti tzaddik ne’ezav v’zar’o m’vakesh lachem—ooit was ik jong, nu ben ik oud, en nooit zag ik dat een rechtvaardige werd verlaten, nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood”. Het lijkt alsof de p’sjat (de letterlijke betekenis) van de tekst suggereert dat rechtvaardige mensen geen honger lijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Joodse traditie hiermee worstelt. De midrasjiem (rabbijnse vertellingen) proberen hier dan ook oplossingen voor te vinden. Is dit vanuit het hemelse perspectief van de engelen geschreven, die het mysterie van beloning en bestraffing begrijpen? Of gaat het juist om hoe de tzaddik (rechtvaardige) waardig omgaat met zijn lot? Verreweg de meeste stemmen in onze traditie (van oud tot modern) benadrukken de oproep tot rechtvaardigheid die in deze tekst besloten ligt. Aan ons de opdracht om er zorg voor te dragen dat niemand tot de bedelstaf wordt veroordeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de volgende strofe in Psalm 37 ons oproept tot daadkracht en sociale rechtvaardigheid: “hij is vol mededogen en leent uit, elke dag, voor zijn kinderen is hij een zegen.”

Zo worden spiritualiteit en ethiek op een hele elementaire manier in onze traditie met elkaar verbonden. Sterker nog: het is nauwelijks voor te stellen dat zij losgekoppeld zouden kunnen worden. Ritueel kan alleen een vat voor heiligheid zijn als het ook beantwoordt aan zijn ethische imperatief. Dat is de essentie van onze Sjabbestafel. Te midden van de meest heerlijke spijzen op ons ‘kleine altaar’ worden wij tijdens ons geluk herinnerd aan de honger en verdriet van anderen en verplicht dit ons tot het doen van het goede. Rechtvaardigheid is namelijk waarachtig godsvertrouwen.

Comments

Popular posts from this blog

Louisville/Pittsburgh Vigil: From Where Does Our Help Come?

All is One: the Jewish Path to Embodied Sanctity

What A Difference A Letter Makes